Proeftuin Rotterdam 75-EV-RO

  • looptijd: 2010 - 2013
  • locatie: Rotterdam,
  • functie: Mobiliteit en Transport

Het proeftuin Rotterdam project richt zich op de aanschaf en toepassing in een operationele praktijkomgeving van 75 batterij elektrische en plug-in (via het net op te laden) hybride elektrische wegvoertuigen (EV), van verschillende merken en modellen.

De proeftuin RTER is onderdeel van het programma ‘Proeftuinen Hybride en elektrisch rijden’ hetgeen Agentschap NL voor het ministerie van Economische Zaken uitvoert.

De proeftuinen hebben als doel het gebruik van elektrische en plug-in hybride voertuigen te stimuleren. Door praktijkproeven met elektrische voertuigen worden ervaringen opgedaan met het rijden met deze voertuigen in de praktijk.

Ketenonderzoek

Het onderzoek was ook bijzonder vanwege de aandacht voor de gehele keten: van de distributietransformatoren via de oplaadpaal tot aan de wielen.

Doelen

  1. In de eigen wagenparken praktijkervaring opdoen met volledig elektrische voertuigen en plug-in hybride auto’s.
  2. Achterhalen wat de invloed van elektrisch vervoer is op het elektriciteitsnetwerk.
  3. Weten of elektrisch vervoer economisch haalbaar is en of energieleverancier Eneco er een business case van kan maken.
  4. Inzicht krijgen in de inzetbaarheid, milieu-impact en veiligheid van elektrische voertuigen.

 

 

Samenwerkende partners in dit project: Gemeente Rotterdam, EnecoStedin Netbeheer BV

Het betreft hier een TKI subsidieproject uitgegeven door RVO.

Contactpersoon: Baerte de Brey
E: Baerte.debrey@stedin.net
T: 0611034826

Partners: 

Smart Grid in Balans

 

Dankzij deze proeftuin heeft Eneco ruime ervaring opgedaan met plaatsing van zogeheten NRGSPOT laadpunten. Die zijn bedoeld om elektrische auto’s snel, eenvoudig en milieuvriendelijk op te laden.

Niet alleen hebben we geleerd over de techniek, ook hebben we een beter beeld gekregen van de wensen van gemeentes en het gedrag van de gebruikers.

Dat is cruciale kennis om deze innovatie succesvol te maken.

  • De proeftuin RTER toont aan, dat elektrisch rijden qua techniek en gebruiksvriendelijkheid een goed alternatief vormt voor conventioneel rijden.
  • Een goede afstemming tussen berijderspatroon (aantal te rijden kilometers tussen twee mogelijke laadbeurten) en de actieradius van het voertuig is belangrijk voor het succes.
  • De proeftuin heeft vier parameters bepaald die een belangrijke invloed hebben op het specifieke gebruik van de elektrische auto (in kWh/km) en dientengevolge de actieradius:
Parameter Hoe werd dit bepaald
Temperatuur Verbruik op 0 graden tov 15 graden
Rijstijl Minst zuinige rijder tov zuinige rijder in vergelijk-bare auto’s met vergelijkbare omstandigheden
Wagentype Opel/Volvo ten opzichte van Nissan zowel theorie alsook praktijk
Ritprofiel Snelweg ten opzichte van buitenweg/binnenstad

Een elektrische auto in de meest gunstige omstandigheden (zuinige auto, binnenstad, zuinige berijder en ethanolkachel) halveert zijn specifieke verbruik ten opzichte van ongunstige omstandigheden.

Dit heeft niet alleen een grote impact op het milieu, maar ook op de autonomie. Dit laatste is belangrijk in het maken van de keuze over welk deel van het wagenpark te elektrificeren is.

De verantwoordelijkheid voor zuiniger elektrisch vervoer blijkt een gedeelde verantwoordelijkheid te zijn tussen:

  • Fabrikanten : zuiniger maken van auto’s, eventueel inbouwen van bijverwarming
  • Berijders : zuiniger rijden en meer elektrische kilometers voor de plug-ins.
  • Wagenparkbeheerders : voornamelijk vervoer in binnenstad of buitenweg.
  • Overheid: fiscale stimulering van bovenstaande drie punten

De Total Cost of Ownership van alle elektrische en plug-in hybriden in de proeftuin zijn vanwege de hogere aanschafkosten (5.000 tot 10.000 euro) hoger dan die van conventionele alternatieven.

Deze kosten zijn niet te verantwoorden door de lagere CO2-uitstoot.

 

De proeftuin heeft het belang van keuze van locaties voor laadpalen aangetoond.

  • De gemiddelde afschrijvingskosten van een NRGSPOT per geladen kWh zijn voor de hele proeftuin meer dan 2x zo hoog als de opbrengsten voor de geladen energie.
  • Voor de tien best functionerende NRGSPOT’s zijn deze kosten even hoog als de opbrengsten van de geladen energie (gerekend aan 25 cent per kWh).
  • In woonwijken zijn met de verwachte groei van EV tot 2020 weinig netproblemen te verwachten.
  • Voor winkelcentra/bedrijventerreinen is geen algemene conclusie te trekken.
  • Als aandachtspunt is de huidige trend tot kleinere netten vanwege energie efficiëntie en lokale productie te noemen hetgeen een probleem kan vormen met de benodigde netcapaciteit voor EV’s.

Vernuftige monitoringsystemen leverden een schat aan informatie op tijdens Rotterdam Test Elektrisch Rijden.

  • Kastjes, ingebouwd door de bedrijven Last Mile Solutions en Morskate Aandrijvingen, stelden de onderzoekers in staat 49 van de 75 elektrische voertuigen op de meest uiteenlopende vlakken te volgen.
    Voorbeelden

    • De afgelegde afstand
    • de GPS-data
    • de omgevingstemperatuur
    • de energie die in de accu werd geladen en er aan werd onttrokken
    • op elk moment van een rit werden de snelheid, stroom, spanning en het vermogen bijgehouden
    • batterij: de laadtoestand, accutemperatuur en verbruikte en beschikbare capaciteit van de accu konden voortdurend worden vastgesteld
    • energieverbruik van accessoires zoals de verwarmingen en de airco
    • laden en het laadgedrag zijn op een unieke wijze onderzocht:
      er is intensief gemeten in de NRGSPOT laadpunten van Eneco en in de stations voor middenspanning van Stedin.
  • Om te zien of de data correct en betrouwbaar waren, heeft Laborelec allereerst de monitoringsystemen volledig getest via uitvoerige ijkingen.
  • Controles dataverwerking
    • werkte de systemen goed (geen onwaarschijnlijke afwijkingen) Was er bijvoorbeeld in juli geen nachtvorst gemeten of was er geen snelheid van boven de 160 kilometer per uur geregistreerd?
    • laatst gemeten gegevens beschikbaar
      als er aan het eind van een dag geen data van een elektrische auto was ontvangen omdat het voertuig in een parkeergarage stond waar geen contact kon worden gemaakt met het monitoringsysteem, dan ging een alarm af
    • Dankzij de grootte van de proeftuin en eerdere projectervaringen met elektrische voertuigen konden de conclusies statistisch worden onderbouwd. Hoe groter de datavolumes, hoe groter de statistische betrouwbaarheid.
    • Per kwartaal werd onder meer de invloed van het seizoen op het accuvermogen en energieverbruik bekeken.

Stedin Netbeheer BV

  Koen de Lange   www.stedin.net    pers@stedin.net    088 - 895 65 00